9 janvier 2018

Folkroddels – Jåk – 26/12/2017

Met de tweede plaat van het Ghent Folk Violin Project ontmoeten België en Syrië elkaar (CD)

GFVP, voluit het « Ghent Folk Violin Project » is een misleidende groepsnaam. Is dit een groep bestaande uit enkel violisten die Gentse folkmuziek spelen ? Neen. Toegegeven, de viool speelt vaak (maar niet altijd) de hoogste – eeuh – viool. Gents ? Dat zal dan veeleer verwijzen naar hun uitvalbasis dan naar een muzikale inspiratiebron of persoonlijke roots, want die zijn heel breed, zelfs tot buiten de grenzen van Europa. Folk ? Misschien was dit nog een goede omschrijving ten tijde van de eerste plaat ‘TATOEAGE’, maar intussen is ook die omschrijving te eng geworden. Project dan maar ? Tsja, een groep die al vijf jaar bestaat en net een tweede plaat uitheeft is toch wel het projectstadium ontgroeid,

U merkt het, ik ben geen fan van de groepsnaam. Maar dat is dan ook het enige negatieve, want de muziek is prachtig.

Eerst even de groep voorstellen.

Jeroen Knapen is een jonge gitarist die zijn strepen in de folk verdiend heeft. Zo speelt of speelde hij ook bij GRIFF, SURPLUZ en WÖR.

Elias Bachoura is een klassiek geschoolde Syrische luitist en componist. Een vijftien tal jaar geleden kwam hij naar België. Muziekpublique had hem al gauw in het vizier (b.v. via hun ‘living room concerts’), en na een paar jaar vervoegde hij OLLA VOGALA.

Jasmijn Lootens is een klassiek geschoolde celliste die een brede muzikale smaak heeft. Zo speelt ze kamermuziek, maar is evengoed geïnteresseerd in de combinatie van cello met electronische muziek. Ze speelde eerder al bij OLLA VOGALA en werkte ook al samen met Elias Bachoura en Shalan Alhamwy.

Ook deze laatste maakt ook deel uit van het GFVP. Net zoals Elias Bachoura genoot hij een klassieke Arabische opleiding (viool en compositie), speelde ooit zelfs in het Syrische Nationale orkest, en kwam pas een paar jaar geleden naar België. Ook hij kwam in contact met Wouter via OLLA VOGALA. Hij speelt bij SEPO (Syrian Expat Philharmonic Orchestra).

Naomie Vercauteren is een klassiek geschoolde Gentse violiste. Al van kindsbeen af was ze geïnteresseerd in pan-Europese folkmuziek. Ze speelde vroeger bij WÖR, het project waar folk en barokke muziek elkaar raken, en speelde al samen met Wouter Vandenabeele via TRANSPIRADANSA.

Tot slot de bezieler van GFVP, Wouter Vandenabeele. Als jonge knaap speelde hij naar eigen zeggen zijn notenladders op zijn viool, terwijl zijn vriendjes voetbalden. Hij liet ooit zijn studies burgerlijk ingenieur voor wat ze waren, en koos resoluut voor het conservatorium. Hij slaagde niet in zijn eindexamen omdat zijn speelstijl niet paste in de hokjes ‘jazz’ of ‘klassiek’, en vond dit niet erg. Hij was eerst vooral geïnteresseerd in Europese folk, was één van de drie frontmannen van Ambrozijn, startte OLLA VOGALA op (in den beginne met een minimale bezetting, later moest het niet onderdoen voor een bigband) en raakte meer en meer geïnteresseerd in muziek van buiten Europa en is overtuigd dat muziek mensen toleranter voor elkaar kan maken. Ik herinner me nog het project HAMDALLAYE voor vredeseilanden. En folkminnend Vlaanderen was collectief apetrots toen hij het Hadzidakis project, dat de Olympische spelen in Athene opende mocht leiden. Sindsdien nam hij deel aan diverse projecten met vooral Afrikaanse muziek, en heeft al meer dan 20 cd’s op zijn naam staan.

En nu is er dus ‘LIQA’. In tegenstelling tot de eerste plaat geen zang meer. Met muziek die geïnspireerd is op zowel Europese, Griekse en Syrische traditionale muziek, Met zowel bewerkingen van traditional, eigen composities van Vandenabeele en Bachoura en zelfs pure Arabische klassieke muziek van componisten die ik niet ken (Munir Bachir en Anouar Brahim) maar die blijkbaar wel gerenommeerd zijn.

De speelstijl van de twee Syrische muzikanten is compleet anders dan die van de Belgen. In het begin van de plaat is dit duidelijk hoorbaar. De minimalistische opener « Mazurka pour le temps qui vient » (met een onaards mooi stukje pizzicato er in) contrasteert met « Doulab & Taksims en Maqam Nahawand » waar enkel ud en syrische viool op te horen zijn. Echt interessant wordt het wanneer meester-arrangeur VDA er à la OLLA VOGALA in slaagt beide werelden te verenigen. Dat is zo in « Parfum de gitane », waar ieder op zijn beurt een glansrol toebedeeld wordt. Soms is het vertrekpunt arabisch, zoals in « Improvisation en Maqam Nahawand ». Een eenzame ud moet ruim 4 minuten wachten op het gezelschap van de groepsgenoten. Soms is het net andersom, zoals in « Les beaux jours », een scottisch uit de plaat ‘GERMAINE’ van de groep SHILLELAGH uit Frans-Vlaanderen, dat hier een zeer arabisch aandoend middenstuk kreeg. Of in « tatoeage », een Vlaamse traditional herwerkt door Paul Rans voor « het project » (dat was o.a. ook met VDA), waar het Vlaamse karakter hier echt wel goed verstopt zit. De cello speelt in den beginne één enkele grondtoon, die minuten lang aangehouden wordt. Eerst ud, daarna Syrische viool en tot slot gitaar soleren. Tot de voltallige groep invalt. Kippevel ! Even wordt er een uitstap gemaakt naar het hoge noorden in « Polonaise ». Het herkenbare Zweedse vioolspel wordt hier schitterend gebracht.

Van Noord tot Zuid, minimalistisch tot overweldigend, kamermuziek tot gipsy swing, alles wordt met evenveel overtuiging en vakmanschap gebracht. En dankzij de geniale arrangementen klinkt het nog eens coherent ook.

Een ware parel.

 


https://www.folkroddels.be/artikels/53269.html

Mot clé :
%d blogueurs aiment cette page :