www.rootsime.be – Antoine Légat

Renaud PATIGNY & ZANZIBAR met de cd-presentatie van ‘Flali In Chicago’ in Banana Peel Blues Club Ruiselede op maandag 31 oktober 2016: ‘Vanavond krijgen we Zanzibar 2.0 voorgeschoteld, met Renaud Patigny erbij een kwartet, niet gewoon muzikanten samen aan het werk, maar ook vrolijke, vrolijke vrienden die drijven op enthousiasme en op geloof in wat ze doen’

Brusselaar Renaud Patigny is lange niet de enige boogiewoogie pianist van stand die ons land rijk is, maar hij is wel degene die onze driehoek op de kaart zette, sinds hij zijn stoute schoenen aantrok om in het hol van de leeuw, thuis bij de organisator van het jaarlijkse boogiewoogie festival in Cincinnati, Ohio achter de 88 toetsen te kruipen en daar voor het vaderland weg op te hameren tot verrukking van het kruim van de toenmalige BW-pianisten onder wie een verbaasde Big Joe Duskin. Het hoogst grappige ‘Alvermannetje met zijn sikje’, zoals de vandaag afwezige Franky Van de Ginste hem ooit typeerde, mag dan een lichtjes bevreemdende aanblik bieden, met zijn bijna duivelse glimlach, vanonder zijn hoedje in Tiroler stijl en vanachter zijn das met pianoklavierprint, en niet te vergeten zijn witte schoentjes, maar de man verdient alle respect en bewondering voor zijn niet in te dijken passie, zijn ontoombaar optimisme en zijn gave om ook andermans talent te ontdekken, te erkennen en kansen te geven. Dat zou ook deze laatste dag van oktober meermaals blijken.

Renaud stond al vaak in de Banana Peel Blues Club Ruiselede, zoals we nu eigenlijk moeten schrijven. Dat was meestal in combinatie met andere pianisten. Altijd memorabel. We vergeten bij voorbeeld nooit meer die geweldige avond met – niet zeker of de volgorde juist is – Franse lolbroek en boogiewoogie topper Fabrice Eulry. Eulry is zo mogelijk nog excentrieker dan Patigny! Woordvoerder van dienst, penningmeester Jean Verstraete heeft het aan het einde over een ‘eerste kennismaking’ met Renauds band Zanzibar, maar dat is niet helemaal correct. Zanzibar was hier al eens, op 6 februari 2012. Maar dat was een veel uitgebreider gezelschap en toen presenteerden ze een album rond Bessie Smith. Vanavond krijgen we echter Zanzibar 2.0 voorgeschoteld, met Renaud erbij een kwartet, maar eentje dat klinkt als een groot orkest. Het zijn precies dezelfde mensen van op de cd die deze nieuwe plaat komen voorstellen: ‘Flali In Chicago’. Flali is de naam van het smalle, langwerpige en kleurrijke masker én van het ritme die horen bij een traditionele dans in Ivoorkust. Er zijn mooie afbeeldingen op het net te vinden. Het spreekt vanzelf dat de cd alzo de link wil leggen (of liever herstellen) tussen mama Afrika en Chicago als ‘home of the blues’ en aanverwante genres als de barrelhouse en de boogiewoogie.

Gans onverwacht (onaangekondigd en niet eens gepland) krijgen we een voorprogramma: de zestienjarige Fransman Lucien Oisel zet zich aan de fraaie piano en giet op een, gezien zijn jeugd, technisch verrassend hoog niveau een zestal leuke melodieën in een boogiewoogie mal. Daaronder ‘The Man I Love’ van George Gerschwin, ‘Dirty’ van Dr. John en de veeleisende, erg origineel klinkende ‘Key Engine’ en ‘Walk With The Devil’ van de Duitse componist en boogiewoogie, blues- en jazzpianist Luca Sestak (zelf nog maar 31 jaar) De hoogst gereserveerde Oisel, overigens een goede student wetenschappen, zit daardoor duidelijk in het kamp van Boogiewoogie grootheden als Vince Weber, Axel Zwingenberger en Silvan Zingg. Oisels vocale tussenkomst beperkt zich tot een eenmalige scatronde, maar zelfs die is van aard om de jongeman een grote toekomst toe te dichten. Onthou de naam: Lucien Oisel…

Renauds Zanzibar bestaat tegenwoordig uit drie onvervalste klassenbakken. Eerstens is er mondharmonicavirtuoze Geneviève Dartevelle. Zij is grotendeels autodidacte maar heeft zich gelaafd aan het werk van grootmeesters als Jean-Jacques Milteau en Thierry Crommen. Zij werkte in het verleden al met velen samen, onder wie ook Renaud. Verder zijn er de Burundese zanger Désiré Ntemere en percussionist en zanger Kankan Bayo uit Conackry (Guinee) Zanzibar had in de vorige dagen de cd al een paar keer voorgesteld (meerbepaald in Huy/Hoei, Arlon/Aarlen, Sint-Pieters Woluwe, Quaregnon) zodat ze toch al min of meer gerodeerd aan de startlijn kwamen. Wat nog niet perfect draait, maken ze dubbel en dik goed door het vuur en de overtuiging, die de band uitsraalt. Het repertoire van ‘Flali In Chicago’ komt vanzelfsprekend zo goed als integraal aan bod, maar er was plaats voor een streepje ander werk. Openers ‘Don’t Do It’ en ‘Do It’ lieten meteen toe de exotische mix van Afrikaans en blues te proeven, voor velen in de Banana Peel zonder enige twijfel een cultuurschokje. Het went vlug.

De zangstijl van Désiré slaagt er wonderwel in de twee basiselementen te combineren. Hij zingt vaak zoetgevooisd, romig en afgerond, dan weer hoge uithalen, of met een groezelige bluesstem om jaloers op te zijn, maar altijd in perfecte controle zoals het een gentleman in maatpak past. In de ingehouden haatsong, het als enige in Frans gezongen ‘Bain Mousse’ (waarin men de directeur van een groot chemisch bedrijf op de korrel neemt, even venijnig als het gif dat de firma de wereld instuurt) brengt Désiré Ntemere haarfijn de emoties over. De teksten zijn trouwens veelal van zijn hand, terwijl Patigny de meeste muziek componeerde. Af en toe speelt Désiré trombone, en helemaal zoals hij zingt, maar slechts éénmaal, in ‘Banana Peel Blues II’, zet hij ze op het voorplan, dan nog te kort, in elk geval intrigerend genoeg om ons af te vragen of de trombone niet wat meer speelrecht kan krijgen… En de Tom Waitsstem in datzelfde nummer is een leuke pastiche. Dat hij ondanks het romige toch een krachtige stem heeft, bewijst Ntemere een tweetal keer, als hij zonder micro zingt: indrukwekkend is het juiste woord…

Kankan Boyo heeft ook onvermoede kwaliteiten: naast de gebruikelijke ‘westerse’ ritmes slaat hij af en toe Afrikaanse tempi. In ‘Muraze Neza’ speelt hij een niet in te volgen, maar zeer charmerende maat van negen tellen. ‘Make It Right’ zet hij in met een roffel die geïnspireerd is op het vuurwerk waar de grote bigband drummer Gene Krupa een patent op had. In deze deun speelt Renaud met de linkerhand piano en met de rechter keyboard. Hijzelf spreekt over Ray Charles als inspiratie daarvoor, maar in dit nummer dachten we af en toe aan de betreurde Ray Manzarek van The Doors als in ‘Riders On The Storm’. Op keyboard hanteert Renaud af en toe een klank die het midden houdt tussen een marimba en een balafon (West-Afrikaanse houten xylofoon), één van de vele niet mis te verstane verwijzingen naar oermoeder Afrika.

Renaud stelt in dit Zanzibar zijn pianospel duidelijk in functie van het geheel, soms zelfs ondergeschikt aan het totaalgeluid. Eigenlijk laat ie de piano maar één keer echt zijn gang gaan, maar dan is het wel recht in de roos: tegen een achtergrond van de ruis van een 78 toerenplaat (op een cd die hij vergeten was te overhandigen aan de geluidsmensen van BP, wat aanleiding geeft tot knotsgekke scenes die je alleen maar met Patigny kan meemaken) en onder begeleiding van de washboard van Kankan bracht hij exercise de style ‘Barrelhouse Stomp’ ten uitvoer, met subtiele verwijzingen naar o.a. Jelly Roll Morton. Na het pianistische hoogstandje (op dat vlak het hoogtepunt van de hele avond), gaat hij op zijn elan voort op elektrische piano. Ook in titelnummer ‘Flali in Chicago’ staat de keyboard centraal. Af en toe gaat Renaud in duel met Geneviève en ook dan staat de scene in brand, de een die niet afgeeft voor de andere.

Dartevelle zet de turbo open in haar eigen ‘Geneviève’s Blues’ (of ‘G’s Blues’) en maakt in het tweede deel indruk op de… didgeridoo. Het instrument klinkt ook zo en de speelwijze is dezelfde als die van de Aboriginals in de Australische outback, maar het hare is gemaakt van PVC en is… uitschuifbaar, zodat ze de toonhoogte kan wijzigen. Je kan de band moeilijk tekort aan inventiviteit en afwisseling aanwrijven! In het eerste deel horen we met de verstilde love song ‘Until Dawn’ een heel ander kant van de band. Na de pauze stort Désiré zich op ‘Berta, Berta’ een slavenlied zoals de legendarische (etno)musicoloog Alan Lomax het in 1947 in het diepe zuiden registreerde. Dierengeluiden begeleiden de primitieve zang: even flitsen we twee eeuwen terug in de teletijdmachine Zanzibar. Zo klinkt het ook op de cd. Trouwens, alle nummers van de cd kunnen live zo goed als ongewijzigd gebracht worden: er zijn geen studiofoefjes aan te pas gekomen.

Zanzibar schuwt het experiment niet: in ‘Noel in Bamako’ zingt de groep tegelijkertijd ‘Stille Nacht’ én een melodie uit Guinee, terwijl Renaud een tekst debiteert waarin hij mensen van alle overtuigingen en gezindten oproept om alle conflicten bij te leggen en de handen in mekaar te slaan voor een betere wereld, nadat hij de boosdoeners en de aanhangers van de graaicultuur de mantel heeft uitgeschud. Ondertussen speelt hij op een helwitte draagbare keyboard, waarop hij met de linkse hand de toon kan ombuigen. Het fraaie tuig is een keytar (= keyboard + guitar) Geneviève vult verder in met didgeridoo. ‘Noel in Bamako’ komt er live niet geheel goed uit (het is dan ook geen gemakkelijke song met de twee contrapuntische melodielijnen), maar het nummer staat wel te blinken als slotnummer van de cd.

Voor we er erg in hebben is het kwart over elf. De Verschrikkelijke Buurman, die tot voor enige tijd om elf uur onveranderlijk de politie stuurde en Franky zelfs een nachtje deed brommen, is dan wel verhuisd, maar de traditie om op dat uur te stoppen blijft intact. Alleen geniet vanavond iedereen mateloos van het enthousiasme van de bandleden, de grote variatie in het aanbod en, ja, dat ook, de fratsen van Renaud, die zich danig op zijn gemak voelt en af en toe koddig uit de hoek komt. Er is ook ontroering: hij steekt zijn lof en bewondering voor Banana Peel en zijn vrijwilligers niet onder stoelen, banken of keyboards, een gloedvolle reactie die op heel wat goedkeuring van de aanwezigen kan rekenen. Niemand had dus op de klok gekeken. Dan kan er nog wel een bis vanaf, al had het formeel niet die naam. Kankan mag (moet, volgens Renaud) nog eens voluit gaan op zijn bonte slagwerk in een Haïtiaans stuk met Creoolse tekst. De stukken vliegen eraf! De drie werkloze medemuzikanten testen tijdens die vurige solo dan maar een groepsdansje uit, in zover het kleine, zo al goed gevulde podium dat toestaat. Hier laat zich aanzien: dit zijn niet zomaar muzikanten samen aan het werk, maar ook vrolijke, vrolijke vrienden.

Renaud Patigny laat niet na een ander lopend programma aan te prijzen met de veelzeggende titel ‘Boogie Sonatas’, in duo met Frans pianist Pierre-Alain Volondat, de veelbesproken, controversiële eerste laureaat van de Koningin Elisabethwedstrijd 1983. Renaud werkte al samen met Volondat (zie YouTube), maar dat was boogie. Ditmaal wil het duo de confrontatie aangaan van boogie met de klassieke pianomuziek van pakweg Beethoven. We hebben begrepen dat er ook een cd komt. Op de site van Swing Oasis kunt u meer vernemen over dit en andere projecten van Renaud Patigny, een man die niet ophoudt ons te vermaken met de meest uiteenlopende pianoprojecten. Al hebben de andere Zanzibari een flink aandeel in het welslagen van deze in vele opzichten hoogst bijzondere avond…

Antoine Légat.

Mot clé :
%d blogueurs aiment cette page :